Burgemeester Pechtold over de Matthäus
9 maart 2026
Alexander Pechtold is net een half jaar burgemeester van Delft, zijn geboortestad. Wij gingen met hem in gesprek over zijn band met Bachkoor Holland, zijn brede muziekliefde en de Bachtradities in Delft.
U staat bekend om uw eclectische muzieksmaak: in campagnetijd voor D66 deelde u een playlist met nogal uiteenlopende nummers en u verscheen op televisie als liefhebber en kenner van de Zangeres Zonder Naam. Maar u mocht ook bij Pauw en Witteman komen vertellen over Bachs Matthäus Passion. Waar komt die brede muzieksmaak vandaan?
‘Muziek spreekt me aan of niet. Als ik iets hoor, dan weet ik meestal niet direct wat het is, of hoe ik het moet plaatsen. Maar ik weet wel direct of ik het mooi vind. Shazam (de app waarmee je muziek kan herkennen) draait bij mij overuren. Waar mijn brede muzieksmaak vandaan komt kan ik niet helemaal verklaren. Ik kom uit de tijd van de Italodisco. En thuis groeide ik op met klassieke muziek. Het was niet zo dat er de hele dag muziek klonk in huis, maar mijn vader speelde vroeger viool en hij had veel platen, vooral met klassieke muziek. Ik ben zelf niet echt muzikaal. De jarenlange pianoles - mijn ouders vonden dat dat bij de opvoeding hoorde - voelde als corvee.’
U heeft meer met beeldende kunst dan met muziek?
‘Ik ben een echte beelddenker. Niet voor niks ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren. Dat beelddenken heeft me ook altijd geholpen in debatten. Taal leeft voor mij in beelden. Maar dat betekent niet dat muziek niet belangrijk voor me is. Ik kan enorm genieten van een heleboel muziek, ook die van Bach.’
Wat betekent de Matthäus Passion voor u?
Vanaf mijn wethouderschap in Leiden heb ik de Matthäus Passion tientallen keren gehoord. Eerst in de Pieterskerk in Leiden, door Bachkoor Holland. Toen het Bachkoor met mijn voorganger Marja van Bijsterveldt de ‘transfer’ maakte van Leiden naar Delft, ben ik hier een aantal keer haar gast geweest bij de Matthäus Passion.’ Lachend: ‘ik ben het Bachkoor eigenlijk achterna gereisd!’ Sinds ik ben teruggekeerd naar mijn geboortestad, voelt het steeds alsof dingen samenkomen. Dat is hiermee ook zo.’
‘Hoe vaak ik de Matthäus Passion ook hoor, het verveelt nooit. Het klinkt ook altijd anders. Ik klok wel eens hoelang een uitvoering precies duurt, maar je merkt vaak meteen of er meer energie en vaart in zit, of dat het juist wat meer ingetogen is. Ook de solisten zijn altijd weer anders. Die worden in de pauze altijd uitvoerig besproken, het is soms net een wedstrijdanalyse.’
Als burgemeester mag u jaarlijks gasten ontvangen in de Nieuwe Kerk voor de uitvoering van de Matthäus Passion door Bachkoor Holland. Daar is nu het Weihnachtsoratorium bij gekomen. Afgelopen Kerst was uw aftrap. Hoe heeft u dat ervaren?
‘Ik voelde aan alles: dit was een geslaagde eerste keer. Ik houd van monumenten die gebruikt worden, de muziek klinkt geweldig in de Nieuwe Kerk. Het draagt bij aan het culturele klimaat van de stad. Daarnaast is het voor Delft een mooie manier om mensen de kans te geven elkaar te ontmoeten. Ik heb grote waardering voor het ondernemerschap van Bachkoor Holland, om zo’n nieuw evenement op te zetten. Dat steunen we. Het Weihnachtsoratorium heeft alles in zich om een traditie te worden. En na een tweede keer is iets een traditie, zeg ik altijd maar.’
Kunt u als gastheer nog van de muziek genieten, of bent u dan vooral aan het netwerken?
‘In mijn tijd in Den Haag waren er altijd twee momenten van bezinning in het jaar: op Prinsjesdag bij de troonrede en tijdens de Matthäus Passion. Dat zijn twee momenten om de buitenwereld als het ware van je af te duwen, je bent dan even een paar uur niet met de waan van de dag bezig. Niet met je telefoon, met constant die impulsen. Het zijn momenten van reflectie.’
‘Natuurlijk ben ik op zo’n dag bezig met mijn gasten, maar als de muziek van dat prachtige openingskoor begint, dan is het alsof er gordijnen om me heen komen, dan kan ik opgaan in de muziek. De koralen, vooral die melodie die steeds terugkeert (‘O Haupt voll Blut und Wunden’, red.), vind ik ook heel erg mooi.’
‘De gasten, het netwerken: natuurlijk is dat belangrijk, maar ik verlies nooit uit het oog dat deze muziek voor sommigen een geloofsbelijdenis is. Daar moet je respect voor hebben. Voor mij is kunst - en dus ook deze muziek van Bach - ook als een religie. Kunst is verfijning, beschaving, soms irritatie, geschiedenis. Alles komt erin samen.’

